Belang van het Nederlands

Gisteren verscheen in het Nederlandse ‘De Volkskrant’ de opinie van Rosa van Gool. In haar bijdrage ‘Opinie op zondag: Praat Nederlands met me’, klaagt ze de teloorgang van het Nederlands aan in de Nederlandse universiteiten. De dame heeft overschot van gelijk, maar in een steeds kleiner wordende en internationaliserende wereld wordt het onhoudbaar om opleidingen geheel in het Nederlands aan te bieden. Engels is nu eenmaal de lingua franca, zoals ooit het Frans en het Latijn. Ze eindigt haar pleidooi met de opmerking: ‘Gelukkig bestaat er nog een land waar je volop in het Nederlands kunt studeren: België’ (van Gool, 10 maart 2019). Toch worden ook hier steeds meer vakken in het Engels aangeboden, zeker in de master-opleidingen. Engels is nu eenmaal tot de wetenschapstaal bij uitstek verworden. Elk artikel van betekenis wordt in het Engels gepubliceerd, niet in het Nederlands. Wie een internationale of academische onderzoekscarrière ambieert, moet de huidige lingua franca meester zijn.

Toch heeft van Gool overschot van gelijk als het gaat over de jammerlijke teloorgang van de kennis van het Nederlands bij de huidige studenten. De fout daarbij ligt niet enkel bij de universiteiten, maar begint veel vroeger. In het lagere en secundaire onderwijs is de aandacht voor het Nederlands de laatste decennia sterk afgenomen. Vlaamse jongeren verlaten het secundair onderwijs met een gebrekkige kennis van de taal. Niet alleen de spelling, ook de grammatica laat het vaak te wensen over. Een kruising van slecht Engels (want ook daar gaat het secundair onderwijs in de mist, net zoals bij Frans en andere talen, wiskunde en wetenschappen) en Samson overspoelt de aula’s in het eerste jaar. Dan krijg je van die shizzle te lezen die zo keihard een kruising enzo zijn van shizzle van Adil El Arbi en Samson. Niet alleen een esthetische en taalkundige ramp, taal gaat veel verder dan loutere informatieoverdracht en ‘ze weten wel wat ik bedoel’.

Taal is een uiting van en tegelijk een steunpilaar van cultuur. Wijzigingen in een taal zijn gevolg van wijzigingen in een cultuur en vice versa. Woorden die mijn ouders als normaal beschouwden, zijn mij vreemd en soms totaal onbekend. Woorden die in hun leefwereld een dagdagelijks fenomeen omschreven dat in het 21ste eeuwse Antwerpen gewoon niet meer bestaat. En ik ken woorden die mijn leefomgeving omschrijven waarvan zij me vragend aankijken. Taal verschuift, evolueert, door alle generaties van alle lagen van de bevolking heen. Hoogopgeleiden hanteren een ander vocabularium dan laaggeschoolden. Hun leefwereld is anders, hun wereldbeeld is anders. Wanneer die twee werelden met elkaar in contact komen, zijn misverstanden door ‘foute vertalingen’ legio, zelfs al spreken ze beiden Nederlands. De taal is cruciaal om iemands cultuur te begrijpen en om te zien wat belangrijk is in de cultuur, de leefomgeving en dergelijke meer. Zo is het Nederlands een van de zeldzame talen die een apart woord heeft voor de onmiddellijke, inwonende familie: het gezin. Familie is een breed begrip dat bloedverwantschap omvat. Gezin gaat om een veel beperktere, maar veel sterkere band die je hebt met inwonende familieleden; ouders, kinderen, broers en zussen. Engels, Frans, Duits, Arabisch en andere talen kennen dit onderscheid niet. Het nuanceverschil tussen gezin en familie kunnen we niet vertalen. Gezin wordt immers steeds vertaald als familie (gezin = family, la famille, einde familie, عائلة [eayila]). Hoe belangrijker een gegeven is in een cultuur, hoe meer woorden de taal die bij die cultuur hoort ervoor heeft, met steeds kleine nuances die niet vertaald kunnen worden. Het maakt voor buitenstaanders en nieuwkomers die de taal niet volledig machtig zijn, bijzonder moeilijk om de taal en de cultuur in al haar facetten en rijkdom ten volle te begrijpen.

Nog belangrijker is de rol van taal in het cognitief proces. Het menselijke brein kan niet denken zonder taal- welke taal is voor die processen niet echt van belang. Of het nu gaat om gesproken taal of gebarentaal (gesticuleren maakt het voor mensen gemakkelijker om zich uit te drukken, maar ook voor onze gesprekspartners om het gesprek in al zijn nuances te begrijpen, denk ook aan mensen die druk gesticuleren terwijl ze diep in gedachte verzonken zijn), ons brein denkt in taal. We voeren een constante dialoog met onszelf. Een gebrekkige kennis van taal bemoeilijkt het denken. Intelligentie is daardoor meetbaar in iemands woordenschat; hoe meer woorden iemand kent en de minuscule nuances begrijpt tussen bijna-synoniemen, hoe complexer zijn gedachten kunnen worden. Taal is de motor van alles in en rondom jou. Het is hoe je de wereld waarneemt en hoe je ermee interageert. Niet enkel voor informatieoverdracht, maar vooral hoe je -onbewust- cognitief functioneert. Wie zijn taal niet beheerst, zal geen gedachten kunnen vormen.

bronnen

Mercer, N. (2013). The social brain, language, and goal-directed collective thinking: A social conception of cognition and its implications for understanding how we think, teach, and learn. Educational Psychologist48(3), 148-168. Bekeken op https://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/00461520.2013.804394

van Gool, R. (10 maart 2019). Opinie op zondag: Praat Nederlands met me. De Volkskrant. Bekeken op https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-op-zondag-praat-nederlands-met-me~b6fbe0d6/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s