Het Nucleaire Dilemma

De laatste dagen is de discussie rond nucleaire energie weer opgelaaid, toch zeker in Nederland. Als het regent in Parijs, druppelt het in Brussel. Als het waait in Nederland, voelt men de bries in Vlaanderen. In het laatste anderhalf jaar heb ik twee academische onderzoeken mogen voeren naar nucleaire security tijdens transporten in België aan de Universiteit Antwerpen en het EU Non-Proliferation Consortium. Dat maakt me verre van een expert, maar het dilemma van nucleaire energie wordt erg duidelijk.

De ‘Wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie’ en zijn wijzigingen in 2013 en 2015, voorziet in de sluiting van de kerncentrales van Doel en Tihange in 2025. Alternatieve bronnen zullen ons land van energie moeten voorzien. We kijken hier in de eerste plaats naar groene stroombronnen, lees zonnepanelen en windmolenparken. Andere mogelijke oplossingen zijn biobrandstoffen -hout en groenafval-, fossiele brandstoffen en technologieën die nu nog in de onderzoeksfase zitten. Op dit laatste zullen we op de korte en middellange termijn niet moeten rekenen. Niemand verwacht grote doorbraken in thorium (Th)-centrales, kernfusie of andere technologieën voor 2025. Toch zullen we tegen dan met een waardig alternatief moeten komen.

De voordelen van kernenergie zijn niet min. Hoewel de initiële investeringskost bijzonder hoog ligt, ligt in verhouding de productiekost per kilowattuur lager dan bij hernieuwbare energie en fossiele brandstoffen. Er komt dus goedkopere stroom uit uw stopcontact. Ook de CO2-uitstoot per kilowattuur- bouw, onderhoud, afbraak en verwerking van de installaties en verwachte levensduur inbegrepen- lager dan hernieuwbare energie. Het verschil met fossiele brandstoffen is enorm. De productiecapaciteit van een kernreactor ligt veel hoger dan andere stroombronnen. Indien we afstappen van kernenergie- en de wet voorziet daarin- moeten we dus een enorme terugval in productiecapaciteit zien te dichten in een tijd waarin de vraag naar (goedkope) stroom razendsnel toeneemt. Deze toegenomen vraag naar elektriciteit is ondermeer afhankelijk van maatregelen ten behoeve van het klimaatplan en de toename van elektrische mobiliteit. Duitsland heeft deze terugval opgevangen door de uitbreiding van de capaciteit van bruinkoolcentrales. Alleen zijn bruinkoolcentrales zeer vervuilend, meer nog dan steenkoolcentrales, en worden dorpen ontruimd en bossen gekapt om aan de bruinkool in de ondergrond te kunnen. Verre van een ideale oplossing dus.

Wat is dan het grote nadeel aan kernenergie? Wanneer we denken aan ongevallen met kerncentrales, denken we meteen aan apocalyptische gebeurtenissen als Tjernobyl, Fukushima Daicchi en Three Mile Island, of aan explosies als Hiroshima en Nagasaki. De kans op zulke ongevallen is bijzonder klein. Ongevallen zoals in Tjernobyl zijn in de Belgische kerncentrales eenvoudigweg onmogelijk door hun constructie. Door de melding van scheurtjes in de reactorvaten van de centrales, zijn de controleprocedures zodanig verstrengt dat men internationaal de Belgische normen heeft overgenomen. Doel en Tihange voldoen aan de strengste normen van het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA), in tegenstelling tot de Nederlandse centrales. Dus wat is nu het grote probleem van kernenergie?

Een eerste probleem is uiteraard de veiligheid (safety) en de beveiliging (security) van de nucleaire centrales en de bijbehorende transporten. Veiligheid handelt over de bescherming van de bevolking en het milieu tegen het vrijkomen van straling door ongeval. Beveiliging handelt over de bescherming van de nucleaire site en transporten tegen inbreuken van buitenaf. Terroristen bijvoorbeeld. Zonder in detail te treden, heeft België de voorbije jaren een bijzondere inhaalbeweging gemaakt op vlak van beveiliging van transporten en nucleaire sites. Het moet uiteraard nog beter, het zal altijd beter moeten zolang criminelen manieren vinden om veiligheids- en beveiligingsmaatregelen te omzeilen. Het is een continue strijd tussen mensen met slechte bedoelingen en de beveiligingssector.

Het tweede en veel moeilijker op te lossen probleem van kernenergie is de afvalverwerking. Opwerken tot plutonium voor kernwapens was in de jaren ‘50 de bepalende factor om alle onderzoek te richten op hoog-verrijkt uranium (HEU)-centrales en later laag-verrijkt uranium (LEU)-centrales (ten koste van onderzoek naar Th-centrales), maar is vandaag niet meer aan de orde. Er is nog een tijdlang onderzoek geweest in de jaren ’70 naar zogenaamde kweekreactoren die hun eigen kernafval zouden herwerken en hergebruiken. Een bijna perpetuum mobile, maar deze onderzoeken zijn stopgezet en de kweekreactoren werden omgebouwd tot conventionele kernreactoren. Het onderzoek naar Th-centrales is in Nederland terug opgestart maar kampt met te krappe budgetten, België investeert niet. De Wet van 31 januari 2003 voorziet immers in een totaalverbod op het gebruik van nucleaire technologie voor energie-opwekking. Wilt zeggen dat ook wanneer er een doorbraak komt in Th-centrales of kernfusie, we dit volgens de huidige wetgeving niet mogen gebruiken voor energievoorziening. Blijft de vraag waar we naartoe moeten met het huidige (en toekomstige) kernafval. Een staaf moet tussen 50 en 80 jaar bovengronds gekoeld worden alvorens in diepe geo-opslag te gaan. 

De hoeveelheid hoog radioactief afval is dan weer bijzonder klein, de CO2-uitstoot minder dan de helft van het hedendaagse Belgische zonnenpaneel- en windmolenpark. De immer groeiende vraag naar elektriciteit (mede door de groei aan elektrische wagens en andere maatregelen om CO2-uitstoot te drukken) kan momenteel niet met alleen groene stroom beantwoord worden. Dus terug naar de dieselauto of extreem vervuilende Duitse bruinkoolcentrales, waarvoor hele bossen moeten verdwijnen? Op vlak van stroomvoorziening en het klimaatplan is kernenergie dus voorlopig onontbeerlijk. Maar daarmee is het kernafval-probleem niet opgelost. Het gaat om bijzonder kleine hoeveelheden, maar een kleine dosis is voldoende om gigantische schade aan te richten. De bovengrondse opslag blijft ook na de sluiting van de centrales tussen 50 en 80 jaar bestaan, met alle risico’s van dien voor veiligheid en beveiliging.

Het sluiten van de kerncentrales betekent wel een vermindering van het hoog radioactief afval, maar het verdwijnt er niet mee. België speelt een belangrijke rol in wetenschappelijk onderzoek naar radioactieve stoffen. De sluiting van die centrales zou problematisch zijn, daar meer dan 50% van de wereldvoorziening van medische isotopen in België geproduceerd wordt. Deze medische isotopen stellen een verwaarloosbaar gevaar voor omgeving en volksgezondheid, maar de productie ervan vereist wel het gebruik van hoog radioactieve stoffen die wel een gevaar vormen voor de volksgezondheid. We blijven dus hoe dan ook met deze transporten en de opslag van kernafval zitten.

Wie een eenduidig antwoord voor of tegen kernenergie verwachtte, moet ik ontgoochelen. De stroomproductie van kerncentrales levert voordelen waar geen enkele andere productiemethode tegenop kan. Het levert ook problemen waar de mensheid op dit moment geen antwoord op heeft. Pro of contra kernenergie, het zou oneerlijk zijn om aan de voordelen en/of nadelen van deze productiemethode voorbij te gaan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s