Het democratisch deficit van Reynebeau

In de Standaard publiceerde Marc Reynebeau zijn column Waar de verkiezingen niet over gaan. Terecht vertrekt hij met zijn analyse vanuit de stelling dat nu, in volle verkiezingstijd, de politici het vertrouwen van de kiezer vragen. Zij moeten hen immers de komende zes jaar vertegenwoordigen en hun belangen verdedigen. Of tenminste, zij moeten de belangen gaan verdedigen waarvan zij denken dat zij de burger het beste mee ten dienste staan. Maar dan gaat Reynebeau uit de bocht. Hij schrijft:

“Vreemd genoeg – of net niet – is van het omgekeerde, van wederkerigheid in het vertrouwen, steeds minder sprake. Meer nog, de politiek wantrouwt de burger. Dat leidt onder meer tot een toenemende asymmetrie in de toegang tot informatie: de overheid wil steeds meer over de burgers weten, omgekeerd mag de burger steeds minder weten over de overheid. Dit zijn helaas geen loze kreten.” (Reynebeau, 3 oktober 2018, in De Standaard).

Dat het geen loze kreten zijn, kan ik nog in meegaan. En of de politiek de burger wantrouwt, hangt af van de persoonlijke overtuigingen van de politicus. Immers ‘de politiek’ is een even groot amalgaam van individuen met evenveel verschillende overtuigingen en denkbeelden. Stellen dat ‘de politiek’ ‘de burger’ wantrouwt, is een veralgemening die grenst aan het ridicule. Ik kan ook wel volgen dat het beeld bestaat dat er ‘een toenemende asymmetrie in de toegang tot informatie’ is, maar laten we daarover heel duidelijk zijn. Dit is een subjectief gegeven dat totaal niet strookt met de inspanningen die gemeente- en hogere overheden leveren. En Reynebeau weet dat.

In de afgelopen 20 jaar is de burger mondiger geworden. Een gegeven dat mooi geïllustreerd wordt in het Oosterweel-dossier. De burger vraagt informatie en inspraak. Een fenomeen dat de democratische waarden van een samenleving enkel ten goede kan komen. Maar daar moeten enkele kanttekeningen bij geplaatst worden. De toenemende eis tot inspraak door de burger en verantwoording van de politiek aan de burger is een positief gegeven dat de doorwerking van de Verlichting in de maatschappij weerspiegelt. De eis is echter geen constante, het is geen recht stijgende lijn. Het is eerder een zichzelf versterkend fenomeen dat tot een exponentiële groei van de eis tot inspraak en verantwoording leidt. Zie het als een convexe curve. Het Belgische politieke bestel is een systeem dat haar ontstaan vindt in een vroeg-19e eeuwse maatschappij waar politiek iets was voor de elite. Cijnskiesrecht hielp het elitaire van gemeente-, provincie en staatsbestuur te behouden. Hoewel het opleidingsniveau van de Belgische bevolking steeds boven dat van zijn tijdsgenoten uitstak, was het gemiddelde opleidingsniveau in die tijd niet van die aard dat hij over de nodige kennis beschikte om een land te kunnen besturen. Daarenboven was de economische ontwikkeling en de levensstandaard zo dat er naast de dagelijkse arbeid en het opvoeden van de kinderen, weinig meer tijd overbleef om zich vragen te stellen bij het politieke leven. Niet alleen was er dus geen mogelijkheid voor de gewone burger om zich te laten horen in het heersende staatsbestel, er was ook geen vraag naar.

Pas door de enorme stijging van het inkomen, de levensstandaard, de vrije tijd en het opleidingsniveau doorheen de 20ste en de vroege 21ste eeuw, ontstaat er bij de bevolking zoiets als een eis tot inspraak en een eis tot verantwoording van politici. België en Nederland zijn koploper in het organiseren van burgerinspraak. Het district Deurne heeft een ‘Buurtmobiel’ waarmee het de inwoners informeert over plannen in hun wijk. Om de plannen van bijvoorbeeld de heraanleg van een straat te raadplegen, moet de burger niet meer naar het Deurnese districtshuis, maar komt het districtshuis naar de straat. Personeel én politici staan de burgers te woord, lichten de plannen toe, noteren opmerkingen en herbekijken de plannen om tegemoet te komen aan de verzuchtingen van de buurt. In het district Antwerpen organiseert het districtsbestuur de zogenaamde ‘burgerbegroting’, waarbij de burger mee kan bepalen hoe investeringen in het openbaar domein gepland moeten worden. Een hele krachttoer daar de burger logischerwijze geen kennis heeft van hoeveel een straattegel nu exact kost. Hoeveel tegemoetkoming van het bestuur naar de bevolking kan men nog eisen? Nooit eerder was het voor de burger zo eenvoudig documenten en verslagen van de gemeente-, provincie-, en hogere raden te raadplegen. De websites van de meeste steden en gemeenten, alle provincies, Gewest- en Gemeenschapsparlementen, Kamer en Senaat laten via eenvoudige zoekfuncties zo goed als alle informatie over het wetgevend proces op te vragen. Uitzonderingen zijn natuurlijk documenten die de veiligheid van de Staat of de bevolking in het gedrang kunnen brengen. Niemand zit te wachten op het moment dat blauwdrukken van nucleaire installaties in het land gepubliceerd worden op publieke websites; wat de burger kan terugvinden, kunnen terreurorganisaties ook terugvinden. Dàt, en niets anders, is trouwens ook de reden waarom de overheid steeds verder gaat in de identificatie van haar burgers, in camera’s investeert, uw vingerafdrukken op uw identiteitskaart wil plaatsen. De grens tussen veiligheid en vrijheid is een moeilijk debat. Een overheid die vrijheden beperkt, maakt zich zelden populair. Maar wanneer blijkt dat zulke maatregelen een gepleegde aanslag hadden kunnen voorkomen, vreet diezelfde overheid de bonen. Er is gewoon geen correct antwoord op de vraag waar uw vrijheid eindigt en de veiligheid van uw buur begint. Ook dat weet Reynebeau; de verwijzing naar Big Brother is dan wel terecht, uitspelen dat het een bewuste strategie is omdat men ‘de burger’ wantrouwt, is onjuist en laag bij de grond.

De maatschappij verandert aan een razend tempo, en blijft verder versnellen. Dus net zoals de eis tot inspraak en verantwoording een convexe curve volgt, is hetzelfde waar voor het tempo waarin de maatschappij veranderd. Een politiek bestel dat haar oorsprong vindt in de gesloten, elitaire, en naar moderne maatstaven ‘trage’ 19e eeuw, kan eenvoudigweg niet snel genoeg volgen in die vraag. Een wettelijk vastgelegd systeem verandert men niet overnacht. De evolutie die Reynebeau ziet in de samenleving is zeker aanwezig en een zegen voor het democratische gehalte van een Staat, maar hij doet onrecht aan het politieke en ambtelijke bestel die eenzelfde convexe curve volgen, hetzij aan maximale tempo dat het bestuurlijke model toestaat. En dat ligt nu eenmaal een pak lager dan wat de burger wenst. Reynebeau weet dat, hij is er intelligent genoeg voor. Hij weet evengoed dat het leeuwendeel van de politici doen wat zij geloven dat het beste is voor de maatschappij, en de zakkenvullers een (vreselijk irritante) minderheid zijn. De politici die het goed voor hebben, zo weet ook Reynebeau, hebben jammer genoeg, door de eigenaardigheden van het statelijke bestel, vaak meer weg van windmolens bekampende Don Quichottes, Sancho Panza of diens ezel, dan van mensen die hun beloftes en eigen dromen van een betere samenleving daadwerkelijk kunnen verwezenlijken. Dat hij in zijn column zo uithaalt naar ‘de politiek’ die ‘de burger’ wantrouwt, doet mij ernstig twijfelen aan zijn integriteit. De ‘toenemende asymmetrie in de toegang tot informatie’ heeft niets te zien met de onwil van het politieke en/of het ambtelijke bestel. Ook zij zijn burgers, mensen zoals elk ander, die deel uitmaken van dezelfde samenleving en onderworpen zijn aan dezelfde sociale fenomenen, en kind van hun tijd. Er is inderdaad een toenemende asymmetrie, maar die is het gevolg van de  (terechte) steeds sneller groeiende eis tot inspraak en verantwoording versus een systeem dat wel wil maar eenvoudigweg niet kan volgen aan datzelfde tempo. De conclusie die Reynebeau koppelt aan de groeiende asymmetrie is nonsens.

Er moet iets gedaan worden aan het politieke bestel om te voldoen aan de rechtgeaarde eisen van de bevolking van de 21ste eeuw. Dat stelt niemand in vraag. De groeiende mondigheid van de burger evenmin (al moeten we ons ernstige vragen stellen wanneer blijkt dat een kwart van de 18-jarigen een autocratie boven een democratie verkiezen). Maar willen we een echte oplossing ten gronde, in plaats van het gewoonlijke oplapwerk, moeten we eerst van het 19e eeuwse fossiel af waarop de huidige politieke besluitvorming gestoeld is. Moeten we van de grendelwetten, alarmbelprocedure en bijzondere wetten af. Moeten we van België af. Ik ben benieuwd in hoeverre Reynebeau in dat verhaal durft mee te stappen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s