Een andere EU, een ander Vlaanderen

Lees de originele Publicatie op JeV (Jong en Vlaams)

In de nasleep van het referendum over de Brexit is er weer heel wat te doen over het verlies van de culturele eigenheid binnen grotere soevereine entiteiten. Het is niet ondenkbaar dat de Britse deelstaten afscheuren en als onafhankelijke staten door het leven zullen gaan. Wanneer meerdere culturele eenheden gedwongen worden samen te werken in een groter geheel waar er geen gelijkwaardig respect is voor ieders eigenheid, is dit gedoemd tot logge inefficiëntie en interne animositeit. Vlaanderen verschilt op dat punt niet zo bijzonder veel van Schotland. Of Zuid-Tirol, Beieren, Catalonië, Baskenland, Venetië en al die andere regio’s, steden en provincies waar men zich noch thuis, noch geapprecieerd voelt door de nationale staat.

En toch zou men denken dat de grotere staten deze animositeit zouden begrijpen, aangezien zij zich zelf steeds minder thuis voelen in de dwangmatige EU. Enerzijds wordt er geklaagd over het verlies van soevereiniteit en eigen cultuur, anderzijds wijst men op de voordelen die de interne markt ons te bieden heeft. We kunnen niet ontkennen dat er een dubbele beweging aan de gang is. Men vreest het verlies van soevereiniteit en de mogelijkheid om het land te besturen naar eigen goeddunken en eigen inzichten, maar tegelijk zorgt de interne markt voor een ongeziene rijkdom. Die maakt het dan weer mogelijk om te investeren in onderwijs en sociaal beleid. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) behoedt de consument van te hoge prijzen in levensmiddelen en herverdeelt de productie zodanig dat een mislukte oogst niet meteen moet leiden tot hongersnood en het failliet van de agriculturele sector (Nugent, 2010). Maar de lobby van grote corporaties had er bijna voor gezorgd dat het aantal toegestane landbouwgewassen aanzienlijk beperkt werd. De EU biedt dus zowel grote voordelen als grote nadelen.

Deze discussie is kind van zijn tijd. Door de groeiende communicatiemogelijkheden en internationale handel, is er een nooit geziene interdependentie tussen staten, wereldblokken en culturele eenheden ontstaan. De krimpende wereld zorgt voor een sterk geglobaliseerde samenleving waarin velen zich verliezen. Hoe vaak lezen we immers niet dat steeds meer mensen niet meer mee kunnen in de maatschappij. Te snel, te veel informatie, te… Te veel verlies van eigenheid. De globalisering en de groeiende interdependentie tussen landen en de verschillende wereldblokken gaat verder dan het louter economische. Ook sociocultureel ontstaan er nieuwe verbindingen als gevolg van de verkleining van de wereld. De interconnectiviteit maakt dat zowel in de culturele als in de wetenschappelijke wereld het Engels meer en meer aanvaard wordt als de lingua franca. De internationalisering van de culturele en wetenschappelijke wereld biedt meer mogelijkheden tot dialoog en discussie, wat natuurlijk primordiaal is voor de verdere ontwikkeling en het rendabel houden van de vaak hoge kosten gebonden aan culturele activiteiten en wetenschappelijk onderzoek. Maar anderzijds zorgt het ook voor een verschraling. Waar enkele decennia geleden vaak nog duidelijk taal(gebied)gebonden scholen hun eigen paradigmata verdedigden – denk aan de wereldberoemde kritische scholen in het Duitse taalgebied zoals de Frankfurter Schule en Wiener Kreis – worden ze vandaag opgeslokt door de hegemonie van de Anglo-Amerikaanse eenheidsworst. Hun ideeën worden weliswaar niet zonder meer uitgevaagd, maar eerder aangepast aan de analytische, vaak eenzijdige Anglo-Amerikaanse cultuur, wat leidt tot een afvlakking en het verlies van hun belangrijkste meerwaarde. De wereld kan niet verklaard worden vanuit een enkel paradigma, of dit nu cultureel, filosofisch of wetenschappelijk is. Volgens  Popper is het paradigma van waaruit men vertrekt immers primordiaal voor de gevonden resultaten (Hark, 2003). Het beperken van de samenleving, hetzij wetenschappelijk, hetzij cultureel, tot een enkel paradigma maakt dat een onschatbare hoeveelheid informatie en kennis gedoemd is om verloren te gaan of nooit ontdekt te worden. Kuhn (1962) bouwt verder op de theorie van Popper en stelt dat weliswaar een paradigma steeds de bovenhand zal hebben, maar dat er ruimte moet blijven voor meerdere paradigmata die de falsificatie van het hegemonische paradigma mogelijk moeten maken. Indien het heersende paradigma de werkelijkheid niet meer kan verklaren, dient het door het best bij de werkelijkheid passende paradigma te worden vervangen. Zo hanteren zowel de VS als Westminster hun majoritair democratische bestel als extern objectief criterium voor de deliberatie van andere democratieën; het paradigma van waaruit naar de wereld wordt gekeken en dat dient als toetssteen voor die wereld. Nochtans is er een pluraliteit van democratische systemen enkel en alleen al in Europa, alternatieve paradigmata. Daarenboven stelt de bekende politicoloog Arendt Lijphart (2012) dat representatieve (continentale) systemen vaak beter en efficiënter werken dan de Angelsaksische majoritaire systemen.

Toch moet hier een kantnota gemaakt worden; de eigenheid van taalgebieden en culturele eenheden wordt niet geheel uitgevaagd door de Anglo-Amerikaanse suprematie. Er komt een steeds sterkere tegenbeweging tegen de globalisering en de grote eenheidsworst (Barber, 2000). Het meest extreme voorbeeld is natuurlijk fel oprukkende islamisme, maar ook op een meer gediversifieerde en pacifistische wijze borrelt de lokalisering als tegenstelling van de globalisering. In de filosofie en de wetenschappen weten de continentale thema’s steeds meer aandacht op te eisen. En dichter bij huis vinden we eindelijk een hernieuwde interesse in de Vlaamse componisten zoals Peter Benoit. Op wetenschappelijk vlak is het echter minder vanzelfsprekend over te gaan naar een hernieuwde lokalisering. Er is een grote druk om zoveel mogelijk te publiceren in een taal die zo veel mogelijk wetenschappers aanspreekt. En hoewel kennis per definitie universeel dient te zijn en globaal tot de openbaarheid moet behoren, laten talen nooit dezelfde nuances toe. Zo kennen we in het Nederlands het verschil tussen het gezin en de familie, terwijl beide in het Engels vertaald worden als ‘family’. Het toch wel grote nuanceverschil tussen beide woorden gaat zo verloren, al kan dit ten dele nog opgevangen worden door de context.

De lokalisering sluit echter elk mogelijk internationaal debat af. De paradigmatheorie van Popper (Hark, 2003) en Kuhn (2012) kan niet werken in een globale eenheidsworst, maar is evenmin toepasbaar in een lokale, uniparadigmatische cultuureenheid. Daarenboven is het paradoxaal hoe veel lokaliseringsbewegingen de instrumenten van de globalisering gebruiken om hun doelstellingen te verwezenlijken (Barber, 2000). Denk aan de lokalist die het (globale) internet hanteert om zijn theorieën wereldkundig te maken. Elke beweging in de samenleving wordt steeds beantwoord door een tegenbeweging, elke evolutie door een devolutie en elke revolutie door een contrarevolutie. Globalisering is niet enkel op economisch vlak een verrijking. Ook op cultureel vlak  – zoals hierboven reeds aangehaald –  heeft het heel wat voordelen te bieden. De interculturele dialoog staat toe om de werkelijkheid vanuit andere perspectieven te bekijken, om andere paradigmata te vergelijken met deze van de eigen cultuur. Enkel door discussie en dialoog kan de mensheid verder evolueren en streven naar een eerlijkere en rechtvaardigere samenleving. Daarom is het wellicht beter te opteren voor wat Barber (2000) de ‘glocalisering’ noemt. Dankzij de moderne technologieën hoeven globalisering en lokalisering elkaar niet te bestrijden, maar kunnen beide aspecten perfect hand in hand gaan. De Europese Unie trachtte dit concept te bewerkstelligen door het subsidiariteitsprincipe, waarbij de machtsbasis steeds bij de lidstaten ligt, behalve voor de beleidsdomeinen waar dit niet mogelijk of niet wenselijk is. Een mooi principe dat jammer genoeg in het Europa van vandaag volledig verkeerd is ingevuld. De huidige animositeit tegenover de Europese integratie en instellingen komt veelal niet voort uit een afkeer tegenover een eengemaakt Europa, maar vanuit het gevoel dat Europa niet democratisch is en de eigenheden van de burgerbevolking niet erkent en onderdrukt. Europa houdt zich niet aan haar eigen subsidiariteitsprincipe. Of zoals Verhofstadt het verwoordde: “De mensen zijn niet tegen Europa, ze zijn tegen dìt Europa.”

In België liggen de kaarten momenteel niet veel anders. Na de zesde staatshervorming hebben de deelstaten veel meer bevoegdheden gekregen, maar slechts 80% van de middelen werden mee overgedragen. De deelstaten dienden bijgevolg meteen een grote besparingsronde door te voeren naast de vele besparingen die na de bankencrisis de staatsschuld naar beneden moeten krijgen. Deze hervorming is een belangrijke factor in de sociale onrust in het land en vormt het toppunt van hypocrisie. Want het zijn de partijen die in de vorige regering het akkoord door de Vlaming zijn strot ramden, die vandaag op de barricades staan tégen de gevolgen van hun eigen algehele incompetentie. De glocalisering die in Europa hoog nodig is, dient ook in België te worden doorgevoerd. De splitsing van het land betekent hoegenaamd niet de lokalisering waarvan het zo vaak beschuldigd wordt. Het is geen terugtrekken in een eigen bekrompen bestaan dat zich vertaalt in een haat tegenover alles en iedereen die anders is, tegen elke externe invloed. De Nederlanden hebben steeds met open vizier naar de wereld gekeken. De handel, de wetenschappen en de culturele uitwisseling floreerden en floreren nog steeds. Maar men is daarbij nooit zijn eigenheid uit het oog verloren. Ook vandaag nog dienen we te erkennen dat er een wezenlijk verschil is tussen Nederland en Vlaanderen, en zelfs tussen de verschillende Vlaamse steden en regio’s onderling. De erkenning van de verschillen geeft ons de mogelijkheid om samen te werken.

Pas wanneer we met open vizier naar de wereld treden en tegelijk de eigenheid voldoende voeden en beschermen, kan Vlaanderen zich cultureel en economisch verder ontwikkelen. Een broodnodige glocalisering die niet alleen kleinere soevereine entiteiten noodzaakt, maar ook de dringende hervormingen van Europa waarin subsidiariteit een fundamentele praktijk is en geen holle retoriek.

Bibliografie

Barber, B. (2000). Jihad vs. McWorld: Indiana University Press Bloomington.

Braeckman, A., & Geenens, R. (2015). De staat van de politieke filosofie. Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte, ANTW 107(4), 415-462. doi:10.5117/ANTW2015.4.BRAE

Hark, M. t. (2003). Searching for the searchlight theory: from Karl Popper to Otto Selz. Journal of the History of Ideas, 64(3), 465-487.

Kuhn, T. S. (1962). The structure of scientific revolutions Chicago. University of.

Lijphart, A. (2012). Patterns of democracy: Government forms and performance in thirty-six countries: Yale University Press.

Nugent, N. (2010). The government and politics of the European Union: Palgrave Macmillan.

Reynaert, P. (2015). Sociale en Politieke Filosofie, deel 1 en 2. Faculteit Sociale Wetenschappen, Universiteit Antwerpen: Universitas.

Advertenties

One thought on “Een andere EU, een ander Vlaanderen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s