Is Europa nog legitiem?

In spanning wachten we op de uitslag van de Catalaanse verkiezingen. Verkiezingen met potentieel grote gevolgen voor de toekomst van de EU, want het is niet ondenkbaar dat de gevolgen van een onafhankelijk Catalonië een momentum zullen creëeren waarin verschillende regio’s zullen afscheuren van de natiestaat, men denke aan Schotland, Beieren, Zuid-Tirol en dergelijke meer. Wanneer we de recente geschiedenis bekijken, constateren we dat er in Europa een tendens gaande is van centrifugale machtsdeling; het eenheidsstreven van de 19e eeuwse natiestaat ondervindt steeds meer tegenstand en wordt uiteen gezogen door de Europese eenmaking enerzijds en het onafhankelijksheidsstreven van verschillende regio’s anderzijds. Sommige politicologen voorspellen nu reeds het einde van de natiestaat zoals we die vandaag kennen. Een Europa van volkeren, van regio’s of stadsstaten zou de volgende stap zijn in de perpetuum mobile van centrifugale en centripetale machtsconsolidatie. België kent een centrifugale tendens sinds zijn ontstaan in 1830, waarbij steeds meer bevoegdheden worden overgedragen naar de deelstaten. Duitsland kende tot recent een centripetale evolutie, maar blijkt, met Beieren op kop, op steeds meer weerstand te stoten. Persoonlijk zie ik geen enkele reden waarom een Europa geen unie zou kunnen vormen van kleine deelentiteiten. Vraag is of Europa daar wel klaar voor is.

Wanneer (Sint?) Robert Schuman in 1950 oproept tot een Europese eenmaking en zo de basis legt voor de EGKS is het niet de eenmaking die revolutionair is, maar wel de wijze waarop. Meerdere despoten hadden immers getracht Europa te verenigen, met wisselend succes. Maar Schuman had geen gewapend conflict voor ogen. Hij streefde naar een eengemaakt Europa op basis van liberaal-idealistische waarden; een eengemaakte economische ruimte gebaseerd op gemeenschappelijke waarden en normen (make trade, not war). De Europese Unie is dan ook gestoeld op vier vrijheden: vrij verkeer van goederen, personen, kapitaal en diensten. In dat licht wordt vandaag voornamelijk ingezet op drie pijlers: een gezamenlijke economische ruimte, een gezamenlijk buitenland- en veiligheidsbeleid en nauwere samenwerking bij rechtspraak en politie. Hierbij wordt in theorie steeds uitgegaan van het subsidiariteitsprincipe; autonomie waar het kan, samenwerking waar het moet.

De pendulum tussen centripetale en centrifugale machtsconsolidatie wordt getypeerd door de voordelen die beide uitersten te bieden hebben. Hoe kleiner de machtsentiteiten, hoe dichter zij bij de bevolking staan en hoe efficiënter zij kunnen inspelen op haar noden. Daar tegenover staat dat verschillende beleidsdomeinen niet op lokaal niveau kunnen aangepakt worden, maar een grotere entiteit noodzaken. De kosten van een goed uitgerust leger bijvoorbeeld is voor kleinere entiteiten financieel veelal onhaalbaar. Grotere economische ruimten geven de markt ook meer ademruimte en creëren bijgevolg meer welvaart. In de hedendaagse maatschappij zijn problemen aanwezig die het nationale niveau overstijgen en een supranationale en idealiter zelfs een internationale aanpak noodzaken. Het broeikaseffect kan niet worden tegengegaan door Vlaanderen alleen maar noodzaakt een globale aanpak. Hetzelfde voor visserij en landbouw. Ook de eengemaakte economische ruimte biedt, ondanks de crisis, nog steeds meer voor- dan nadelen aan de lidstaten. Maar Europa lijkt nu de pedalen kwijt. Het slaagt er niet in het hoofd te bieden aan de migratiecrisis en verschillende wetsvoorstellen beuken verregaand in op de autonomie van de deelentiteiten en zelfs de privésfeer van de burgers. Mijn excuses aan de lobby van Monsanto, maar in mìjn tuin plant ik de zaden die ìk wil; Europa heeft zich daarin niet te moeien. Het subsidiariteitsbeginsel wordt steeds vaker met de voeten getreden.

Kan Europa überhaupt nog een antwoord bieden op de uitdagingen van de moderne samenleving, waarin lokalisering en globalisering steeds vaker hand in hand gaan? Glocalisering is een sociologisch en politiek feit in de hedendaagse samenleving. Vele onafhankelijkheidsbewegingen streven naar een sterke autonome regio binnen een sterk Europa. Maar Europa zelf ziet de glocalisering blijkbaar minder goed zitten, denk aan de dreigementen om afgescheurde regio’s uit de unie te weren. Vele kleine landen zijn immers moeilijker op een lijn te brengen dan enkele grote. Tevens wordt de EU gerund door de staatshoofden van de natiestaten, en zij willen natuurlijk een zo groot mogelijke machtsbasis. Misschien vormen de Catalaanse verkiezingen niet alleen een momentum voor het onafhankelijksheidsstreven van de verschillende deelstaten, maar tevens voor een doorgedreven reflectie van de EU. Is zij democratisch legitiem als zij hele regio’s uit haar rangen stoot? Is zij niet te ver afgedreven van het subsidiariteitsbeginsel? Of is het beter om tabula rasa te maken en een nieuw Europa uit te tekenen, waarin het subsidiariteitsbeginsel opnieuw centraal staat, dat volkeren boven staatsgrenzen (ic. Europese binnengrenzen) plaatst en het hoofd weet te bieden aan crisissen aan de buitengrenzen?

EU EC

update 27/09/2015

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s