De Groote Oorlog

4 Augustus 1914.
De datum die bij iedereen een huivering over de rug laat lopen. Het begin van de meest gruwelijke oorlog die Europa ooit gekend had. Een volledige generatie jonge mannen werd van de kaart geveegd. Een kruising van middeleeuwse slagvelden met modern oorlogsmaterieel. Zij die niet ten onder gingen aan kogels, bommen of gas-aanvallen, stierven van ontbering en infecties in modderpoelen waar zij 24u per dag, 7 dagen op 7 kniehoog in het water stonden. Maar ook een dag die aan de basis ligt van het eengemaakte Europa, de NAVO en de VN. Een dag zonder welke ik hier nu niet zou zitten.

Na de eenmaking olv. Otto Von Bismarck sloot het Duitse Keizerrijk op 20 mei 1882 een verbond af met Oostenrijk-Hongarije en Italië om elkaar te steunen in het geval van een aanval op één van deze landen. In eerste instantie was de Triple Alliantie bedoeld als verdediging tegen een mogelijke aanval van Frankrijk. Dat had in de Frans-Duitse Oorlog in 1870 Elzas verloren aan Duitsland en zon op wraak. Daarbij had het Verenigd Koninkrijk een nieuw type oorlogsschip ontwikkeld dat sneller, sterker en meer vuurkracht had dan ooit tevoren, de Dreadnought. Duitsland antwoordde met een ongeziene uitbreiding van zijn vloot met schepen van dit nieuwe type. Het Verenigd Koninkrijk dreigde zijn zeeheerschappij te verliezen. Op 31 augustus 1907 sloot Frankrijk op zijn beurt de Triple Entente met Rusland en het Verenigd Koninkrijk om zich te hoeden tegen een mogelijke aanval vanuit Duitsland. Idee was om twee machtige legers te vormen die elkaar in evenwicht zouden houden, zodat geen van beide allianties het ooit in het hoofd zou halen de oorlog te verklaren. Dat was echter buiten de interne problemen van Oostenrijk-Hongarije gerekend. De dubbelmonarchie werd opgedeeld werd in twee deelstaten, een Oostenrijks en een Hongaars deel. Bosnië-Herzegovina, dat eveneens deel uitmaakte van het keizerrijk, behoorde aan geen van beide stukken (klinkt me bekend in de oren). Het Slavische zuiden van het keizerrijk, met Servië en Bosnië-Herzegovina voorop, streefde naar een onafhankelijk Slavisch rijk en werd daarin gesteund door de Russische Tsaar. De Habsburgse kroonprins Franz-Ferdinand, neef van de keizer Franz-Jozef, trouwde beneden zijn stand met de Hongaarse Zsófia Chotek. Het huwelijk werd toegestaan, maar zij mocht geen koninklijke titels dragen, noch mocht zij op officiële aangelegenheden plaats nemen naast Franz-Ferdinand, zelfs niet op hun huwelijksverjaardag. Omdat deze wetten enkel golden in de Oostenrijkse en Hongaarse delen van het keizerrijk, kon het koppel zonder problemen samen gezien worden in Bosnië-Herzegovina.
Ondertussen nam de roep naar de onafhankelijke Slavische staat toe, vooral in Servië. Gravilo Princip, Trifko Grabež en Nedeljko Čabrinović, drie Servische nationalisten, trokken naar Sabac, nabij Belgrado, waar zij in contact kwamen met de Zwarte Hand, een Slavisch-nationalistische groepering. Zij leerden hen omgaan met wapens en munitie. Op 6 juni 1914 trok het drietal naar Sarajevo om er te verblijven bij familie. Op 25 juni 1914 brachten Franz- Ferdinand en zijn vrouw Zsófia  Chotek een officieel bezoek aan Bosnië-Herzegovina. Na een inspectie van de troepen op 28 juni 1914 in Sarajevo trok het echtpaar in een open Gräf & Stift door de straten van Sarajevo naar het stadhuis. Het was Nedeljko Čabrinović die de aanval inzette. Hij wierp een granaat in de open wagen van Franz-Ferdinand, maar hij wist deze op te rapen en uit de wagen te gooien. Daarbij werden drie officieren gewond. Čabrinović dronk een flesje cyaankali dat echter al te oud was om nog dodelijk te zijn, waarna hij trachtte te verdrinken in de Miljacka, maar ook daarin bleek hij een volkomen mislukkeling. Čabrinović werd gearresteerd. De wagen van Franz-Ferdinand scheurde weg, de aanslag was mislukt. Gavrilo Princip droop af naar een lokale bar. Na het bezoek aan het stadhuis, werd het programma aangepast met een bezoek aan het hospitaal om de gewonden van de mislukte aanslag te bezoeken. De chauffeur, die van deze aanpassing rijkelijk laat op de hoogte werd gebracht, stopte zijn wagen in de Franz-Josephgässe en reed achteruit om de nieuwe route te kunnen nemen. Gavrilo Princip, die zich toevallig in de bar in de straat bevond, sprong op de Gräf & Stift en schoot het echtpaar neer.  Zsófia  Chotek was op slag dood, Franz-Ferdinand stierf enkele minuten later. Het duurde niet lang voor Princip en Grabež gearresteerd werden. Beiden lieten het leven in gevangenschap in 1918 ten gevolge tuberculose.
De moord op Franz-Ferdinand werd in Europa scherp veroordeeld, maar bleef verder zonder gevolg. De daders waren immers opgepakt en veroordeeld, Servië hand internationaal zwaar gezichtsverlies geleden. De toename van de spanningen tussen de Oostenrijkse en de Hongaarse delen van de dubbelmonarchie noopte de legerleiding er echter toe om de aandacht af te leiden naar een buitenlandse vijand. Op 23 juli, bijna een maand na de feiten, en nadat Wenen zich verzekerd had van steun uit Berlijn indien Rusland zich mengde in het verhaal, maakte Franz-Jozef het Juli-Ultimatum over aan de Servische regering. Servië, dat absoluut geen oorlog zag zitten met het machtige Oostenrijk-Hongarije, kreeg 48 uur om in te stemmen met de eisen van Wenen. Op negen van de tien punten werd er ingestemd.
Op 25 juli 1914 verbrak Oostenrijk-Hongarije de diplomatieke banden met Servië en verklaarde de oorlog op 28 juli. Op 29 juli werd Belgrado met artillerie bestookt.  Rusland mobiliseerde de troepen, wat door Duitsland als een oorlogsdreiging werd gezien. Rusland kreeg 12 uur om de mobilisatie te staken, maar Tsaar Nicolaas lapte de Duitse dreiging aan zijn laars. Op 1 augustus 1914 verklaarde Duitsland de oorlog, waarop Frankrijk, trouw aan zijn pact met Rusland, op zijn beurt in de oorlog stapte. Wij hadden weinig keuze. Voor een invasie in Frankrijk voorzag het Von Schlieffenplan een doortocht door het neutrale België. Deze doortocht werd gezien als een schending van de neutraliteit en bijgevolg geweigerd. Op 3 augustus volgde de oorlogsverklaring van Duitsland aan het adres van de Belgische bevolking, op 4 augustus staken de eerste troepen de grens over. Dit betekende voor het Verenigd Koninkrijk dat ook zij bij de oorlog betrokken werden; zij hadden immers garant gestaan voor de Belgische neutraliteit. Het noodplan trad in werking. De bestuurlijke diensten ruilden Brussel voor Antwerpen, op dat ogenblik de zwaar verdedigde militaire hoofdstad van België. Albert I nam zijn intrek in het koninklijk paleis op de Meir. Inmiddels word er zwaar gevochten rond Luik. De Duitse aanval op Luik werd de eerste massale slachtpartij van de Eerste Wereldoorlog. Belgische wapens spuwden vuur en de Duitse linies werden één voor één weggevaagd, maar wanneer de Duitse zware artillerie in stelling werd gebracht, kon het Belgisch leger daar geen antwoord op formuleren. De weg lag vrij naar Antwerpen. Een stevige stadswal en twee fortengordels moesten de stad en de haven verdedigen tegen elke vijandige mogendheid. Toch duurde het amper twee dagen voordat het fort van Sint-Katelijne-Waver, een fort uit de buitenste gordel, in Duitse handen viel. Antwerpen werd in der haast opgegeven en Albert I keerde terug naar Brussel. Amper 18 dagen heeft het Belgisch leger stand gehouden. Pas aan de IJzer kon de Duitse opmars gestopt worden. Vier jaar stellingenoorlog volgde, doorspekt van het ene bloedbad na het andere. Geschat wordt dat 20 miljoen sneuvelden, de slachtoffers van ziekte en ontbering meegerekend zo’n 119 miljoen. 8,8 Levens per seconde. Op de noodlottige 4e augustus 1914 stakende Duitse troepen om 07u30 de Belgische grens over nabij Gemmenich. Het duurde niet lang voordat de stellingen van Luik werden bereikt, waar zij oog in oog kwamen te staan met een onverwacht weerbaar Belgisch leger. Het werd meteen duidelijk dat het Plan Von Schlieffen niet zo eenvoudig uit te voeren zou zijn als gedacht.
Antwerpen is de militaire hoofdstad en wordt als onneembaar beschouwd. Maar een beleg van weken of zelfs maanden ziet niemand in de omwalde stad zitten. Ook buiten de wallen ziet men een beleg niet zitten. De bewoners van de randgemeenten en dorpen in de Antwerpse agglomeratie worden niet beschermd door een machtige Brialmont-wal. Meer nog, vele van hen liggen binnen nabij de eigen forten. Stallen, kerken, huizen worden door de eigen Belgische troepen platgebrand en met de grond gelijk gemaakt om het schootsveld vrij te maken. In en rond Antwerpen houdt men de adem in…

Behalve in Brasschaat, behalve Jos. Die houdt zijn adem niet in, maar schreeuwt de longen uit zijn lijf, zoals dat hoort voor een gezonde boreling. Nochtans zal Jos zijn verdere leven zijn verjaardag steevast vieren op 5 augustus in plaats van de 4e. De gemeentehuizen waren op last van een ministerieel besluit gesloten, kleine Jos kon pas op 5 augustus 1914 worden ingeschreven in het bevolkingsregister van Brasschaat. De jaren nadien vormde 4 augustus zo’n trauma voor de Vlaamse bevolking dat er over de werkelijke geboortedag van Jos niet werd gesproken. Zijn vrouw, zijn kinderen, zijn kleinkinderen kwamen het pas te weten via een interview dat werd gegeven aan het lokale krantje “Bode Van Schoten” ter ere van zijn 60ste huwelijksverjaardag in 2002.
De herinneringen van kleine Jos aan de Groote Oorlog zijn mij volledig onbekend. Hoe kan het ook, hij was amper 4 jaar toen deze ten einde liep. De Tweede Wereldoorlog had echter een heel ander verhaal voor hem in petto.

Jos groeit op in een huis op de Bredabaan 877 in Brasschaat. Zijn vader zei „Als ge 14 zijt, zijt ge ne goeie.” En Jos werd ne goeie. Op zijn veertien verlaat hij de schoolbanken, zoals de meesten in zijn tijd, en gaat werken. De Groote Oorlog was dan al tien jaar achter de rug. Het oorlogsgeweld was hem echter niet vreemd. Als dienstplichtige wordt hij in 1934 op twintigjarige leeftijd als militiaan ingelijfd in het Belgische leger. Na zijn opleiding treedt hij in dienst op 15 februari 1935 bij het 8ste regiment artillerie in de kazerne van Mechelen (waar nu de gebouwen van Telenet staan). In Kapitein-Commandant Brassine, bevelhebber van de batterij, schrijft in zijn militair zakboekje „Voorbeeldige soldaat. Heeft volstrekt voldoening gegeven onder alle oogpunten.” Nadien moet Jos nog enkele malen onder de wapens. Van 9 augustus tot 20 september 1937 en van 28 september tot 4 oktober 1938  levert hij dienst bij respectievelijk de 7e batterij in Mechelen onder bevel van Luitenant Van Roy en bij de 9e batterij in Mechelen onder kapitein Levieux.

Op 13 maart 1938 neemt de Duitse macht opnieuw grote proporties aan en wordt Oostenrijk ingelijfd. De Anschluss is compleet. Niet lang daarna, op 1 oktober 1939 valt Duitsland Polen binnen. Engeland eist de terugtrekking, maar die blijft uit. Op 3 oktober verklaart Engeland aan Hitler de oorlog. België zit gevangen tussen twee vuren en onder druk van het oplaaiende geweld in Europa wordt op 28 augustus 1939 de eerste reserve gemobiliseerd. Jos kwam bij III groep 9A, het 9e artillerieregiment, onder het bevel van een luitenant waarvan de naam onleesbaar is. De algemene mobilisatie volgde op 10 mei 1940, wanneer de Wehrmacht voor het eerst voet zette op Belgische bodem. De gevechten waren hevig, maar de verouderde Belgische wapens en forten konden geen weerstand bieden aan de Duitse militaire suprematie. De 9e artillerie was gepositioneerd in de stelling Herentals om de Duitse opmars naar Antwerpen te stoppen. De bediening van het grote kanon viel bij Jos. Maar het mocht niet baten. De 9e artillerie werd overmeesterd en Jos werd opgepakt op 28 mei 1940 en naar Lager XI B in Fallingbostel overgebracht waar hij werd ingezet als dwangarbeider. In het kader van de Flamenpolitik werd op 13 januari 1941 de vrijlating getekend. Jos kreeg volgens de documenten van de Kommandatur Stalag XI B op 19 januari zijn vrijheid terug en ontving een „loon” van 62 Reichsmark voor de geleverde arbeid. In 1942 trouwde hij met Louisa „Wis” De Vos en vestigde zich in de Wilgendaalstraat 8 te Schoten.Het huwelijksmaal bestond uit een paard kort daarvoor gesneuveld was door een Duitse kogel en rode kool. Brood kwam er op de plank door als timmerman te werken bij zagerij Les Enfants Jos Rombouts in de Tweemontstraat in Merksem (nu Deurne). Datzelfde jaar legde hij examen af bij de NMBS voor de functie van stoker op de stoomtrein. De Wehrmacht besliste er anders over.
De Arbeitseinsatz heeft zware gevolgen voor het jonge gezin. Op 21 januari 1943 wordt Jos door de Wehrmacht opgepakt en terug naar Duitsland getransporteerd als dwangarbeider. Samen met zijn broer moest hij te voet van Schoten naar Antwerpen Linkeroever marcheren. Hij probeerde zijn broer te overtuigen om het op een lopen te zetten, maar deze laatste vreesde de wapens van de Duitsers meer dan de verlokking van de vrijheid. Meerdere malen sprong Jos in de gracht, maar sloot telkens opnieuw aan. Naar huis terugkeren zonder zijn broer was geen optie. De groep gevangenen werden door de voetgangerstunnel geleid naar een schip dat hen op Linkeroever opwachtte. In de tunnel was de stroom in het begin van de oorlog reeds uitgevallen en nooit hersteld. Jos probeerde zijn broer te overhalen om zich plat tegen de zijkant van de tunnel te drukken. Niemand kon hen immers zien. Maar het mocht niet baten.
Thuis, één dag na de arrestatie, op 22 januari, komt de brief van de NMBS toe dat hij geslaagd was als stoker. Een spoorman was vrijgesteld van de Arbeitseinsatz, dus spoedt de inmiddels zwangere Wis zich naar de Ortskommandatur Antwerpen om haar Jos vrij te krijgen… Te laat. Waar hij is terecht gekomen wordt in de documenten niet gezegd, maar we weten dat hij een tijdlang als dwangarbeider op een boerderij is ingezet. Zijn Ausweiskarte (nr. 1282) toont dat hij vanaf 1 maart 1944 als timmerman wordt ingezet bij Otto Schickert & Co., K.-G in Ruhmspringe. Eveneens heeft hij gewerkt als metser bij Beton-u. Monierbau A-G. Wanneer hij naar huis mocht is niet vermeld op de documenten, maar dat hij het te voet heeft gedaan staat vast. De tocht van Ruhmspringe naar Schoten is ongeveer 450 kilometer…
Na de oorlog krijgt Jos zijn werk terug als timmerman bij Les Enfants Jos Rombouts en in 1946 mag hij alsnog beginnen als stoker bij de NMBS. Na twee jaar op verschillende stoomtreinen, waaronder type 31 en type 29, neemt hij in 1948 deel aan het examen van machinist. Na afloop van het examen vroeg de examinator „Hebt u kinderen.” „Ja,”  Jos, „een dochter.” „Wel,” zei de examinator, „Neem uw dochter op de arm en zeg haar ‘uw papa is machinist’.” Jos krijgt als stelplaats Antwerpen-Dam toegewezen (nu Park Spoor Noord) en wordt ingezet op de diesellocomotieven type 201, later hernummerd naar reeks 59. Inmiddels is in uitbreiding zijnde familie verhuisd naar de Kruispadstraat 111 in Schoten.

Jos zou drie dochters en twee zonen krijgen. Zijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen waren zijn leven. Hij is 95 geworden.

Petrus-Joseph Goetstouwers
4 (5) augustus 1914 – 2 januari 2010

IMG_0629-2

 

update 04/08/2014

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s